Drentse en Groningse sterren van de Engelse koormuziekstralen rond kerst. ‘We leveren constant strijd tegen de tijd’

Dagblad van het Noorden • Harald Buit • 22 december, 18:15 • Drenthe

De jongens van het Roder Jongenskoor kleden zich om in een ruimte van de Grote Kerk in
Leeuwarden. Foto: Jacob van Essen

Al veertig jaar is het Roder Jongenskoor, bekend tot ver over de landsgrenzen,
van hoog niveau. Rond kerst heeft het koor traditioneel meerdere optredens.
DVHN volgde de jongens en mannen bij een repetitie en uitvoering en hoorde
het mooiste Lang zal hij leven ooit.


Allard komt met zijn hoofd maar net boven de muziekstandaard uit. Geconcentreerd
luistert hij naar de aanwijzingen van dirigent Jaap de Kok. „Bij het Engelse
woordje was , mag je best wat overdrijven door wazz te zingen”, zegt de artistiek
leider. „En zet bij angel maar een dubbele ee bij die a op je bladmuziek.”

Het valt ook niet mee voor een 8-jarige, dat soms vormelijke Engels. Maar door het
fonetisch op te schrijven komt Allard een heel eind. Aan zijn vocale capaciteiten ligt
het niet. Hij klinkt loepzuiver, bijna engelachtig. „Jaah, fantastisch Allard”, moedigt De
Kok zijn pupil tijdens de individuele les aan.

Allard (8) krijgt zangles. Dirigent Jaap de Kok begeleidt hem. Foto: DVHN

Het is dinsdag 16 december . Een van de twee vaste repetitieavonden van het
Roder Jongenskoor in het sfeervolle Witte Kerkje in Haren. De koorleden, jongens en
mannen uit Drenthe en Groningen, druppelen binnen. Een van hen, schilder
Catharinus, komt rechtstreeks van zijn werk. Hij heeft zijn werkkloffie nog aan. Ze
mogen dan klinken als professionals, ze zijn het niet.

„Ze doen het er bij”, zegt dirigent De Kok (27). „Maar wel vol overgave.” Hij kan er
zelf wel van leven. Naast dirigent is De Kok professioneel zanger en organist. Hij
studeerde Cum Laude af op orgel aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen.
Sinds oktober 2022 heeft hij het Roder Jongenskoor onder zijn hoede.

‘Ik kan goed verspringen’

Allard uit het dorp Een zit inmiddels een jaar bij het koor. Hij vindt het leuk. Net als
atletiek. „Ik kan goed verspringen”, zegt hij. „Hoe ver? Dat weet ik niet, we meten het
bij de training nooit op.” Op de vraag of de dirigent een beetje aardig is, knikt Allard
driftig met zijn hoofd.

David uit de stad Groningen is vandaag 11 jaar geworden. Aan het eind van de
repetitie wordt voor hem gezongen. Het meerstemmige Lang zal hij leven klinkt
kristalhelder en wonderschoon, alsof het onderdeel is van het vaste koorrepertoire.
David geniet er zichtbaar van.

Hij zit ook op voetbal, net als zijn 14-jarige stadgenoot Jeftha. Over de vraag wat ze
mooier vinden, zingen in het koor of achter een bal aan rennen, moet even worden
nagedacht. „Moeilijke keuze”, klinkt het diplomatiek. „De ene keer is zingen leuker, de
andere keer voetbal.”

Vriendjes kijken niet raar van op van hun koorzanghobby. Jeftha: „Ze vinden dat ik
lekker moet doen waar ik zin in heb.” Flauwe opmerkingen over het zingen ‘in een
jurk’, zoals anderen soms horen, krijgt hij niet. En wie het wel zo ziet, kent de
Anglicaanse traditie niet, stelt Jeftha.

André Hazes

Popmuziek is niet echt aan hem besteed. Thuis klinkt vaak klassieke muziek. „Dat
vind ik mooi.” David luistert wel eens naar Guus Meeuwis of André Hazes senior.
„Mijn broer heeft dat vaak opstaan.” Toon (9) houdt van Michael Jackson. Hij maakt
er, tot hilariteit van anderen, een vloeiende move bij. Van sommige (oud-)koorleden
is bekend dat ze van harde gitaren houden of boerenrock.

Het Roder Jongenskoor repeteert in het Witte Kerkje in Haren. Foto: DVHN

Elke twee jaar gaat het koor naar Engeland, het mekka van de koorzang. Met
optredens in beroemde kerken in Rochester, Canterbury en Londen. Hard werken,
maar ook met gezellige uitstapjes. De boog kan niet altijd gespannen staan. „We
vlechten er vaak toeristische bezienswaardigheden door”, zegt bestuurslid Catharina
Spannenberg, tevens moeder van een zingende zoon.
De reisjes en uitjes moeten de koorleden grotendeels zelf betalen. „We proberen wel
sponsors te vinden, maar dat is moeilijk.” Het Roder Jongenskoor krijgt ook geen
structurele subsidie. Spannenberg: ,,Het in stand houden van een jongenskoor kost
veel geld. Denk aan de kosten van de dirigent, docenten, organist, huur van de
repetitieruimte en de kleding. We zijn afhankelijk van donaties, contributie,
zanglessen en opbrengsten uit concerten.”

Beetje klieren


Tijdens de repetitie vraagt dirigent De Kok om concentratie. Dat sommige jongens na
een uur intensief oefenen en herhalen een beetje met elkaar gaan klieren, stoort hem
niet. „Het zijn ook gewoon kinderen, hè. Ik zoek altijd naar de balans. Ik verwacht dat
ze thuis serieus oefenen, maar er moet in de les ook gelachen kunnen worden. Ik wil
geen tiran zijn. Dat werkt niet.”

Heel soms maakt een van de jongens het zo bont dat de dirigent hem eruit moet
sturen. „Maar vaak is het goed en prettig werken. En zoals het vanavond klonk:
prachtig hoor. Dat vind ik wel kicken.” Tijdens een uitvoering ziet hij een jongen wel
eens dromerig afdwalen naar het fraaie interieur van een kerk. „Daar kan ik dan ook
wel de humor van inzien.

Het Roder Jongenskoor in vol ornaat tijdens de uitvoering in de Grote Kerk in
Leeuwarden. Foto: Jacob van Essen

Het is vrijdag 19 december . In de Grote Kerk in Leeuwarden wordt het Festival of
Lessons and Carols for Christmas gehouden. De bezoekers wachten een mix van
Engelstalige koormuziek en bekende kerstliederen, afgewisseld met lezingen waarin
het kerstverhaal wordt verteld.

In de ruimte waar het Roder Jongenskoor zich omkleedt, is het ruzig . De jongens
zijn druk, uitgelaten. De kerstvakantie staat voor de deur. Voor veel jongens is het al
een lange dag. De vermoeidheid slaat toe. Nu mag er nog even ongegeneerd
gegaapt worden. Straks niet.

Tijdens de laatste repetitie in de nog lege kerk zet dirigent Jaap de Kok de puntjes op
de i. Zang en orgelmuziek vullen het middeleeuwse godshuis, gebouwd rond 1300.
„Het is mijn lievelingskerk”, zegt De Kok. „Schitterende akoestiek.” Na de generale
dribbelt de dirigent een paar keer tussen het vertrek van de jongens en de
kleedgelegenheid van de mannen op en neer, terwijl hij regelmatig zijn horloge
checkt.

In de ‘kleedkamer’ werkt Elias (13) nog een paar blokjes kaas naar binnen. „Jaap is
altijd wat gespannen voor een uitvoering”, zegt hij tussen twee happen door. „Dan
denkt hij dat het niet goed komt. Maar het komt altijd goed. Daarom ben ik ook niet
zenuwachtig.”

Allard pakt zijn rode toga van de kleerhanger. Foto: Jacob van Essen

Als de eerste bezoekers de kerk binnendruppelen, kleedt het koor zich om. Wit
overhemd, zwarte stropdas, rode toga en wit koorhemd (surplice). Allard van 8 mag
die laatste nog niet dragen, omdat hij over een tijdje nog een ‘toelatingstest’ moet
doen. Hij pakt de toga van de kleerhanger waarop zijn naam staat. Eenmaal in vol
ornaat, ondergaan de jongens bijna een gedaanteverwisseling. Drukte en
donderjagen hebben plaatsgemaakt voor focus en orde.

In de andere ruimte bereidt Arjen Sijtsma (61) uit De Kiel zich voor. Bidon water bij
de hand. Hij is de nestor van het koor en zingt er al 36 jaar. In 1989 raakte Sijtsma
besmet met het rijke, harmonieuze zangvirus. „Het is vooral de klank, die is heel
speciaal.” Aanvankelijk dacht hij dat het koor te hoog gegrepen was voor zijn niveau.
„Maar het paste allemaal.”

Hoogtepunten

Inmiddels heeft Sijtsma, werkzaam bij de GGD, al vele hoogtepunten meegemaakt:
de reizen naar Amerika en Engeland, de eerste keer zingen in de St. Paul’s
Cathedral, de vele cd’s en samenzang met de bekende contratenor Maarten
Engeltjes. Buiten het koor heeft hij een brede muzieksmaak. „Ik houd van klassiek,
pop, jazz en big band-muziek.”

Hoe lang Sijtsma nog doorgaat bij het koor, is niet aan hem, zegt hij. „Ik heb met de
dirigent afgesproken dat hij het moment van stoppen bepaalt. Hij moet eerlijk
aangeven wanneer mijn stem niet meer past binnen de groep. Met het stijgen van de
leeftijd verandert de klank nu eenmaal.”

Dat is sowieso wel een dingetje binnen het koor: het moment dat de jongens de
baard in de keel krijgen. Soms krijgen ze met 12 of 13 jaar al wat moeite. Volgens De
Kok hebben de jongens daarna twee keuzes. „Een tijdje niet meedoen, zodat die
stem kan ‘settelen’. Daarna kunnen ze, na zangles, eventueel doorstomen naar de
mannen. Een collega zei ooit treffend dat we constant strijd leveren tegen de tijd.”

De opkomst van het koor in de Grote Kerk in Leeuwarden Foto: Jacob van Essen

Vuurwerk

Om 19.30 uur doven de lampen in de goed gevulde Grote Kerk. Het is er muisstil.
Langzaam loopt het koor van achter in de kerk naar voren, gedragen door de
kraakheldere zang van een jonge solist met kaars. Juist op dat breekbare moment
wordt iedere aanwezige bruut herinnerd aan de naderende jaarwisseling. Buiten
klinkt een dikke knal van (illegaal) vuurwerk. De jonge voorzanger zingt
onverstoorbaar door, alsof er niets gebeurd is.

Ruim vijf kwartier later, na de laatste klanken van O Come All Ye Faithfull, is het
afgelopen. Dirigent Jaap de Kok loopt glimmend rond. „Het ging heel goed”, reageert
hij. „Ik ben tevreden.” Bij de uitgang nemen een paar jongens de complimenten van
bezoekers in ontvangst. „Wat kunnen jullie prachtig zingen”, zegt een oudere man.
Geen woord aan gelogen. De volgende dag wacht de Drentse en Groningse sterren
van de kerkmuziek alweer een nieuw optreden, in de Lutherse Kerk in Den Haag.

Bouwe Dijkstra

In 1985 begon dirigent Bouwe Dijkstra in Roden een jongenskoor, geïnspireerd door
een traditie in Engeland: het zingen van muziek uit de Anglicaanse kerk. Zoiets
bestond nog niet in Nederland.
Al 40 jaar brengt het koor jongens en mannen samen om te zingen, te groeien en
kennis te maken met de rijke wereld van klassieke muziek. Het koor bestaat uit
ongeveer 16 jongens en 12 mannen (countertenors, tenors en bassen).
Jongens kunnen al vanaf 6 jaar starten met een opleiding muzikale vorming op de
koorschool van het Roder Jongenskoor. Vanuit deze opleiding kunnen ze
doorstromen naar het concertkoor. Specialiteit van het koor is de countertenor, een
zeer hoge mannenstem. De jongensstemmen werken regelmatig mee aan oratoria,
opera en grote werken voor koor, orkest en solisten.
Het koor maakt regelmatig tournees in het buitenland; in 2002 werd het door The
Federation of European Choirs voor een periode van drie jaar benoemd tot culturele
ambassadeur van de Europese Unie in Nederland. Het Roder Jongerskoor kreeg in
1991 de Culturele Prijs van Drenthe (groepsprijs).

Roder Jongenskoor in de St. Pauls Cathedral in Londen Foto Roder Jongenskoor